Zo. Vandaag vriendelijk mensen de weg gewezen en twee films gezien. Dat laatste had nogal wat voeten in de aarde: dat is management hoor mensen! Maar uiteindelijk was ik eruit: ik liet de publiekstrekkers voor wat ze waren, Bouli Lanners kon het heen en weer krijgen en de Braziliaanse porno kon nog wel even wachten. Ik keek in mijn hysterisch aangestreepte programma en ging voor een Duits dienstmeisje (altijd handig) en Rwandese genocide (gezellig).
Het Duitse dienstmeisje – de film heette Totem - bleek niet zo’n goede keuze. Er werd in het programma gesuggereerd dat het dienstmeisje iets in haar schild voert. Dat is niet zo. Het was vooral een saaie film met rare personages. En dan niet leuk raar, maar irritant raar. Zo’n vrouw met poppen omdat het niet lukte om nog kind te krijgen. Nee hoor, doe maar niet.
De Rwandese genocide was interessanter. Matière Grise is een film over de genocide zonder dat het woord genocide valt en zonder dat er over Rwanda gesproken wordt. In de film staan een broer en zus centraal die het trauma van de gruwelijke gebeurtenissen in 1994 moeten verwerken. De zus wil doorgaan met het leven, de broer – heel de film helm dragend- komt het huis niet uit en ziet overal lijken branden. Daarnaast is het interessant dat aan het begin van de film een deel van het maakproces wordt getoond: het uitzoeken van muziek, vechten om geld, discussie over het scenario. Regisseur Kivu Ruhorahoza kwam na de film nog aan het woord over het maken van Matière Grise: geen filmopleiding, geen nationale filmcultuur, geen geld, tegenslagen. Maar de liefde voor film versloeg alles. Ha!

